Honderdduizend kusjes

Een kusje op je voorhoofd, eentje op je wang. Op je andere wang ook, maar tussendoor je neus. Kleine kusjes bij je oor.  Door je haren een spoor van kusjes.  Zachte kusjes op natte plakhaartjes. Twaalf dikke op je buik, negentien tenen en de laatste krijgt er twee. Knieholtes, ellebogen, elk plooitje krijgt een kusje. Hele dagen door. Ik plak ze in het voorbijgaan zomaar naast je oor. Honderdduizend kusjes, voor de allerliefste.

Vlinderkusjes, kabouterkusjes, neus-kusjes, babykusjes, poezenkusjes, paardenkusjes, wortelkusjes, rietjeskusjes, vingerkusjes. We geven ze over en weer. Met af en toe, nog zo betekenisloos en toch adembenemend:

kou van jou!

Kind, je weet niet half. Vandaag krijg je honderdduizend kusjes, morgen weer en gisteren ook. Soms iets meer, zeker nooit minder. Ik raak de tel wat kwijt. Tussen al jouw kusjes verzamelen zich stapels andere kusjes. Want wat doen we met al die honderdduizenden kusjes voor ongeboren kindjes? Waar bewaren we kusjes voor de mensen die er niet meer zijn? Zijn er bergen kusjes voor liefdes die nooit lief hadden?
Mijn hart groeit alle dagen, kust zich voller en voller. Lief klein meisje, nog gauw honderdduizend kusjes nu je slaapt, morgen meer.

 

Laat weten wat je van deze blog vindt!

reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *